Op roadtrip door Europa: zo plan je de perfecte route

We kennen allemaal dat moment waarop je op de kaart kijkt en denkt: waar beginnen we eigenlijk? Een roadtrip door Europa klinkt groots, en dat is het ook. Maar met een beetje voorbereiding rij je niet van filestrook naar filestrook, maar van mooie plek naar nog mooiere plek.

De route uitstippelen: meer dan gewoon een bestemming kiezen

Een goede roadtrip begint niet op de snelweg. Hij begint thuis, met een kop koffie en een open kaart voor je neus. Waar wil je naartoe? En misschien nog belangrijker: wat wil je onderweg zien?

Het verschil tussen een gewone vakantie en een echte roadtrip zit hem in de tussenstops. Die zijn niet het noodzakelijke kwaad tussen vertrek en aankomst. Ze zijn het hele punt. Stel jezelf de vraag: wat vind ik leuker, de snelste weg of de mooiste weg? Als je eerlijk bent, weet je het antwoord al.

Routeplanning begint bij een grove schets. Kies een beginpunt en een eindpunt, en laat daar wat ruimte tussen. Letterlijk. Wie elke dag van A naar B rijdt met een strakke tijdplanning, mist de afslag naar dat kleine bergdorpje dat niet in de reisgids staat. En juist dat dorpje onthoud je nog tien jaar later.

Gebruik een combinatie van tools. Digitale navigatie helpt je met afstanden en reistijden, maar een papieren kaart of een geprinte overzichtskaart geeft je het grote plaatje. Sommige van ons zweren bij de klassieke wegenatlas op schoot bij de bijrijder. Dat is geen nostalgie, dat is gewoon slim rijden.

Denk ook na over het type weg. Tolwegen besparen tijd, maar de kleine N-wegen door Frankrijk of de kronkelende bergpassen in Oostenrijk geven je dat gevoel waarvoor je eigenlijk op pad ging. Slingerwegen zijn tijdvreters, maar ook de beste herinneringen.

Maak een lijstje van plekken die je absoluut wilt zien, en een tweede lijstje van plekken die je wilt zien als de tijd het toelaat. Zo houd je structuur zonder dat je jezelf vastketent aan een schema dat geen lucht laat.

Overnachten onderweg: van tent tot kleine hotelletjes

Waar slaap je? Dat is de vraag die veel roadtrippers te laat stellen. In de zomer zijn populaire campings en kleine hotels in toeristische regio’s al weken van tevoren volgeboekt. Wie dat vergeet, staat op een dinsdagavond in de Provence te zoeken naar een bed.

Er zijn grofweg drie kampen als het gaat om overnachten onderweg. Het eerste kamp zweert bij kamperen. Tent of camper, het maakt niet uit: je bent dicht bij de natuur, je kosten blijven laag en je ontmoet andere reizigers op de camping die je vertellen over die geheime baai die niemand kent. Het tweede kamp kiest voor kleine familiehotels of bed-and-breakfasts. Meer comfort, een ontbijt met lokale producten en een gastheer die je vertelt waar je absoluut niet moet eten en waar juist wel.

Het derde kamp is het meest flexibele: een mix van beide. Twee nachten kamperen, dan een nacht in een klein hotel om de batterij op te laden. Letterlijk en figuurlijk. Die aanpak werkt goed als je niet precies weet hoe het ritme van de reis aanvoelt.

Boek nooit alles vooraf dicht. Dat klinkt riskant, maar twee of drie nachten open laten geeft je de vrijheid om langer te blijven op een plek die je verrast. Of om sneller door te rijden door een streek die tegenvalt. Flexibiliteit is de beste reisgenoot die je hebt.

Wat ook helpt: een kleine routinelijst voor het avondkwartier. Weten waar je de volgende dag naartoe rijdt, hoe lang dat duurt en waar je halverwege kunt tanken. Niet voor de spanning eruit te halen, maar zodat je ‘s ochtends gewoon kunt instappen zonder te hoeven nadenken.

En dan is er de vraag van de parkeerplaats. In steden is dat soms een sport op zich. Binnensteden van Italiaanse of Spaanse steden zijn vaak beperkt toegankelijk voor auto’s. Parkeer aan de rand, pak de bus of loop. Je ziet meer en je mist geen enkel straatje.

Wat je meeneemt en wat je thuislaat

Inpakken voor een roadtrip is een vak apart. Te veel bagage maakt de auto zwaar, de kofferbak een puzzel en jezelf gestrest bij elke overnachting. Te weinig meenemen is ook niet slim, zeker als je door meerdere klimaatzones rijdt.

Begin met de basis: kleding voor het weer dat je verwacht, plus een laag extra voor de avonden en de onverwachte regenbui. Regen bestaat overal in Europa, ook in de zomer, ook in het zuiden. Een lichte regenjas neemt weinig ruimte in en je bent er blij mee.

Zorg voor een goede EHBO-doos in de auto. Niet het plastic zakje met twee pleisters dat je vorige vakantie al half leeg was, maar een echte, goed gevulde doos. Pijnstillers, verband, ontsmettingsmiddel, muggenspray en zonnebrand. Dat laatste vergeten mensen altijd als ze denken dat ze ‘maar een paar uurtjes’ rijden.

Wat ook de moeite waard is: een kleine koelbox. Niet voor de luxe, maar voor het gemak. Een fles water, wat fruit, een brood. Dat scheelt stops bij tankstations waar alles drie keer zo duur is en de koffie lauw is.

Neem ook een papieren noodplan mee. Telefoonnummers van de pechhulp, het telefoonnummer van je reisverzekering, de adressen van de plekken waar je boekt. Als je telefoon leeg is of geen bereik heeft, heb je dat briefje nog. Het klinkt ouderwets. Het is gewoon verstandig.

Dan de spullen die je thuislaat. Alles wat je ‘misschien’ meeneemt maar waarschijnlijk nooit gebruikt: dat tweede paar schoenen, de dikke roman die je al drie jaar niet hebt uitgelezen, de reservelader voor een apparaat dat je toch niet meeneemt. Minder is meer in een auto.

Hieronder een overzicht van wat echt niet mag ontbreken:

  • Geldige rijbewijzen en kentekenbewijs
  • Groene kaart of bewijs van verzekering
  • Vignetten voor landen als Zwitserland, Oostenrijk en Tsjechië
  • Reflectievest en gevarendriehoek (verplicht in veel landen)
  • Reservebril als je er een draagt
  • Offline kaarten gedownload op je telefoon
  • Kleine contante reserve in lokale valuta
  • Lader voor in de auto
  • Notitieboekje voor adressen en aantekeningen onderweg

Dat laatste klinkt misschien ouderwets, maar wie ooit een aanbeveling van een lokale kroegbaas heeft opgeschreven en twee dagen later die plek heeft gevonden, weet waarom dat notitieboekje goud waard is.

Trouwens, als je voor vertrek nog zaken thuis regelt of je werkplek op orde brengt, is het handig om te weten dat goede kantoorinrichting ervoor zorgt dat je na de vakantie met een frisse blik terugkeert aan je bureau. Maar dat is voor straks. Nu gaat het om de weg.

Veelgestelde vragen over roadtrips door Europa

Hoe ver kun je per dag rijden zonder te moe te worden?

Een goede vuistregel is maximaal 400 tot 500 kilometer per dag als je ook iets wilt zien onderweg. Wie alleen kilometers wil maken, kan verder komen, maar dat is geen roadtrip meer, dat is verhuizen. Plan elke twee uur een stop van minimaal vijftien minuten. Stap uit, strek je benen, drink iets. Vermoeidheid achter het stuur is een sluipend gevaar, en je merkt het vaak pas als je er al last van hebt. Wissel af met je bijrijder als dat kan.

Welke landen in Europa zijn het meest geschikt voor een roadtrip?

Dat hangt af van wat je zoekt. Voor spectaculaire natuur zijn Noorwegen, Schotland en de Dolomieten in Italië topkeuzes. Voor cultuur en afwisseling doe je het goed met een rondrit door Portugal, Tsjechië of de Balkan. Frankrijk is een klassieker om goede redenen: het land is enorm, gevarieerd en de wegen zijn over het algemeen uitstekend. Wie voor het eerst een langere roadtrip doet, begint vaak in Duitsland of Oostenrijk vanwege de goede infrastructuur en de duidelijke bewegwijzering.

Wat doe je als je pech hebt in het buitenland?

Zorg voor een Europese pechhulpverzekering voordat je vertrekt. Bel bij pech direct de hulplijn van je verzekeraar, die regelt een sleepwagen of tijdelijke auto. Zet je auto zo veilig mogelijk aan de kant, zet je gevarendriehoek neer en doe je reflectievest aan voordat je uitstapt. In landen buiten de EU kunnen de regels anders zijn, dus lees vooraf de kleine lettertjes van je verzekering door. Een beetje saai, maar je bent blij dat je het deed als je midden in Servië staat met een lekke band.


Posted

in

by

Tags: